Slaapproblemen
Het meest voorkomende slaapprobleem, dat door de ouders aan ons gemeld wordt is het niet willen inslapen of doorslapen van hun kind.  Hieronder gaan een aantal tips verschijnen om dergelijk ongewenst slaapgedrag van een kind af te leren.  Eén en ander zal neerkomen op :
1. het juist spreiden van de benodigde uren slaap : voldoende uren slaap 's nachts
2. niet belonen van slecht slaapgedrag
3. het lang genoeg volhouden van Uw inspanningen.

1. Het juist spreiden van de benodigde uren slaap

Het aantal uren dat een kind per 24 uren slaapt, kan verschillen van dag tot dag.

Het aantal uren slaap dat een kind gemiddeld per 24 uren nodig heeft, verschilt van kind tot kind.

De gemiddelde slaapbehoefte kan U voor Uw kind op een eenvoudige manier berekenen : Gedurende 2 weken noteert U nauwgezet de uren slaap van Uw kind , vb. op een eenvoudig ruitjespapier, waar horizontaal naast mekaar 24 vierkantjes de 24 uren van een dag verbeelden, en 14 opeenvolgende lijnen 14 opeenvolgende dagen.  Op het einde van elke dag telt U op hoeveel uren Uw kindje de voorbije 24 uren heeft geslapen.  Na 2 weken telt U deze 14 cijfers op en deelt U de bekomen som door 14 : dit is de gemiddelde slaapbehoefte voor Uw kindje.

Eens U de gemiddelde slaapbehoefte kent, weet U ook hoeveel uren U elke dag Uw kindje wil doen slapen.

Het is dan aan U om de spreiding van de slaap te gaan kiezen : zoveel uren slaap 's nachts, zoveel uren slaap 's voormiddags en zoveel uren slaap 's namiddags.

2. Niet belonen van slecht slaapgedrag

Indien Uw kindje wat tegensputtert om in- of door te slapen, moet U weten dat Uw kindje - hoe jong het ook is - vrij snel leert hoe U met zijn slaapproblemen omgaat.
Het motto moet zijn dat U op een rustige, maar vastberaden manier Uw doel probeert te bereiken door slecht slaapgedrag niet te belonen.

Heel wat kinderen worden een aantal keren per nacht wakker, maar slapen weer in ( als ze geen honger, kou, ziekte of pijn hebben.... ) omdat ze van tijdens de eerste levensweken geleerd hebben dat er 's nachts niet veel te beleven valt :
hooguit een ouder die even komt nakijken of alles wel oké. is, maar het kind in zijn eigen bed weer laat inslapen.  Als het kind echter geleerd heeft dat het mits 's nachts te wenen, daarvoor beloond wordt ( vb. door drank te krijgen, of door uit het bedje genomen te worden om te gaan wandelen of spelen, of door de ouders bij hen in bed genomen wordt ), dan wordt de kans groter dat het nadien 's nachts opnieuw gaat wenen.

Ook overdag kan men er al aan werken dat een kindje terug makkelijker inslaapt : door het te leren om alleen in bedje in te slapen.  Als het weent en moet getroost worden : doet U dat gerust, geen probleem.  Maar eens het getroost is, moet het alleen leren inslapen, want anders leert U Uw kindje dat het U nodig heeft om in te slapen.

Als Uw kind U toch nodig heeft om overdag of 's nachts in te slapen, hou de ceremonie dan zo klein mogelijk : vb. kort troostend woordje, fopspeentje, kindje in bed laten liggen.  Hoe minder inslaapgedoe U Uw kind gewoon maakt, hoe minder inslaapgedoe U het achteraf moet afleren.

Het is niet omdat U ongewenst slaapgedrag probeert af te leren, dat er op andere momenten geen tijd genoeg is om Uw kindje te knuffelen en te koesteren !

3.  Het lang genoeg volhouden van Uw inspanningen

Als U de spreiding van de slaap wilt veranderen, gaat U bij Uw baby'tje tijdelijk een soort jet-lag veroorzaken.  Deze veranderde slaapspreiding moet Uw baby'tje gewoon worden gedurende 1 à 2 weken.  Ondertussen zal dit ook overdag inspanningen vragen : U zal Uw kindje moeten wakker houden op momenten dat het vroeger sliep en dus niet uitgeslapen is...  Maar denk eraan : de aanhouder wint ... en het uiteindelijk doel is een zalige en verkwikkende nachtslaap voor kind en familie !